Stephanie D'Hose

Over de corona-steunmaatregelen voor Cultuur

Vanuit de politiek proberen we iedereen zo veel mogelijk door deze crisis te loodsen. En zo als eerder gesteld pogen we daarbij zoveel als mogelijk de mazen van het net te dichten. Door hun manier van flexwerken, waren er veel mazen voor de cultuursector.

Daarom kwam het noodfonds er, werd federaal een wetsvoorstel ter ondersteuning van artiesten goedgekeurd, en heb ik een initiatief in gang gezet voor een structurele verbetering van het statuut van de kunstenaar. Een goede zaak, kunstenaars moeten nu op ons kunnen rekenen, zodat we later ook op hen kunnen rekenen. Voor dat goede boek, voor dat schitterende concert, voor die fenomenale voorstelling.

Het Vlaams Corona-Noodfonds bestaat uit een pakket van 300 miljoen euro. Daarvan gaat 65 miljoen euro rechtstreekse steun aan de cultuursector:

  • Zo is er de Cultuurcoronapremie: 1500 euro voor kwetsbare kernspelers uit de cultuursector. Dit is de directe invulling van mijn vraag om individuele kunstenaars toegang te geven tot het noodfonds!

  • Een bijkomende subsidie voor organisaties die meerjarige subsidies ontvangen.

  • Een forfaitair bedrag voor een aantal koepelorganisaties met bijzondere opdracht.

Daarbovenop gaat uit het fonds een bedrag van ongeveer 87 miljoen euro via de lokale besturen naar sport-, cultuur- en jeugdverenigingen. Naar schatting zal hiervan 20 miljoen euro naar de cultuursector gaan.

In de Kamer kon ik rekenen op mijn topcollega's, en werd het wetsvoorstel ter ondersteuning van artiesten goedgekeurd. Tot eind 2020 krijgen artiesten en technici uit de sector zo soepeler toegang tot het werkloosheidsstelsel. Artiesten zijn het gewoon te flexwerken, en bij te klussen om de eindjes aan elkaar te knopen. De omstandigheden zijn door Covid-19 echter zo extreem, dat dit niet meer voor iedereen lukt. mwille van de specifieke aard van het werk dat kunstenaars verrichten, wordt het aantal vereiste werkdagen verminderd.

Zelfs in normale tijden is het statuut van de artiest te precair. Daarom is het tijd voor een doortastende aanpak. Een aanpak voor de lange termijn. Nog net voor het zomerreces heb ik een dossier geopend in de Senaat, die zich de komende maanden zal buigen over het statuut van de kunstenaar. Wat werkt goed? Wat loopt er precies mis? Hoe kunnen we dit beter aanpakken? Dat willen we te weten komen. De Senaat zal een informatieverslag opstellen en duidelijke aanbevelingen formuleren met het oog op een hoogdringende hervorming van het huidige statuut van de Kunstenaar naar een toegankelijker en meer performant statuut.

Terug naar nieuwsbrief