Stephanie D'Hose

De culturele activiteitenpremie van de Vlaamse Overheid gaat vooral naar niet-gesubsidieerden

Afgelopen zomer bleek dat vooral gesubsidieerde cultuurorganisaties konden rekenen op coronasteun, terwijl heel wat freelancers en individuele artiesten en kunstenaars tussen de mazen van het net vielen. Ondertussen zijn die mazen grotendeels gedicht, antwoordt minister van Cultuur Jan Jambon op mijn schriftelijke vraag. Niet-gesubsidieerde organisaties en de individuele kunstenaars, vooral uit de uitvoerende kunsten, maken het meest gebruik van de premie.

Niet iedereen werd met de verschillende steunmaatregelen bereikt. Door hun manier van flexwerken vielen individuele kunstenaars en freelancers vaak uit de boot en tegelijkertijd is de cultuursector één van de hardst getroffen sectoren. Daarom ben ik opgetogen over de resultaten van de bijkomende rechtstreekse steunmaatregelen die de Vlaamse regering goedkeurde.

Van de cultuurcoronapremie, een premie van 1.500 euro voor kwetsbare kernspelers uit de cultuursector, werden 2.091 premies goedgekeurd. In totaal gaat dit dus over 3.136.500 euro. Bijkomende premies werden verdeeld op basis van activiteiten die organisaties e actoren uit de sector zouden georganiseerd hebben, en uitbetaald naar verhouding met het geleden verlies. Van die premies gingen er 638 naar structureel gesubsidieerde organisaties, de overige 6.087 premies gingen naar actoren die vroeger nooit op subsidies beroep deden. 3.528 steunaanvragen, of 34,41% van het totaal aantal aanvragen, werden niet goedgekeurd.

In Limburg werd de grootste proportie aanvragen goedgekeurd (70,31%), in Antwerpen de kleinste (62,81%). Door de band genomen loopt de verdeling tussen goedgekeurde en niet-goedgekeurde aanvragen evenwel vrij gelijk doorheen de provincies. Ik goot het even in een tabelletje:

Bij zowel de cultuurcoronapremie als de culturele activiteitenpremie valt het op dat de uitvoerende kunsten (muziek, performance, dans, theater,…) de grootste hap voor zich nemen. Logisch, aangezien deze subsector hard getroffen wordt door de verplichte sluiting ten gevolge van de coronamaatregelen. Wat daarnaast opvalt is dat de meeste aanvragers organisaties of cultuurwerkers zijn die voordien nog nooit beroep hebben gedaan op subsidies van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Ook dit is logisch: gesubsidieerde organisaties kunnen doorheen de crisis verder beroep doen op hun overheidssteun, terwijl de inkomsten van niet-gesubsidieerde organisaties door de coronacrisis droog komen te liggen en zij deze uitzonderlijke steun kunnen gebruiken.

Het noodfonds kent dus een bredere doelgroep dan de courante gesubsidieerde cultuursector. Inmiddels is het noodfonds volledig uitgeput: er werd 5 miljoen euro aan het VAF/Filmfonds verleend, een half miljoen aan Cultuurloket, 3 miljoen aan Hefboom, 1,3 miljoen euro aan Literatuur Vlaanderen, 3.136.500 euro aan de cultuurcoronapremie, en 12.429.078,35 euro aan de organisaties met een meerjarige subsidie. De rest van het noodfonds is integraal gegaan naar de culturele activiteitenpremie.

Het is goed dat organisaties die het al jaren zonder subsidies stellen, ook ondersteund worden. De bestrijding van het virus mag niet betekenen dat zij kopje-onder gaan. Ik weet dat de sector klaarstaat om veilig te heropenen, eens ze de toestemming krijgen van de regeringen.

De beste steun die we de sector kunnen geven is hen zo snel mogelijk opnieuw laten opstarten. Ik heb de minister-president opgeroepen om blijvend werk te maken van een kader waarbinnen ze zich kunnen voorbereiden om zo snel mogelijk terug het podium op te gaan.

Terug naar nieuwsbrief